HOUDINGEN TEGENOVER DE NATUUR (7)

4.4 De mens als partner van de natuur

Als mensen de  houding van partner van de natuur aannemen, dan zien zij mens en natuur als gelijkwaardig, wat betekent dat met de behoeften, belangen en waarde van beide rekening moet worden gehouden. De partners  (mens en natuur) zijn hier deelgenoten in een morele gemeenschap ( moreel, omdat je rekening houdt met elkaar). Dat wil niet zeggen dat er sprake is van gelijke behandeling, want niet alle levende wezens zullen als partners tot die morele gemeenschap horen. Maar dieren, omdat ze kunnen voelen en lijden, horen daar wél toe. Planten niet. Deze partnerhouding houdt in dat men een duurzame relatie met de natuur aangaat.

In deze houding ten opzichte van de natuur ligt de nadruk op de onafhankelijkheid van de  partners t.o.v. elkaar, maar die wel tot wederzijds voordeel met elkaar samenwerken. Sommige dieren kunnen met ons samenwerken tot wederzijds voordeel. Denk maar aan schaapherdershonden. Daar is heel duidelijk sprake van partnerschap.

Maar wat moet samenwerken met planten en ecosystemen dan inhouden?Mensen kunnen op allerlei manieren profiteren van de natuur. Maar de planten profiteren niet echt van ons. Hoogstens betekent partnerschap hier dat we ze naar eigen geaardheid en gerichtheid laten functioneren, zichzelf laten zijn. Dus we zijn hier niet echt partners, maar alleen partners in symbolische zin.

Wij als mensen zijn echter weer wél afhankelijk van de planten, bijvoorbeeld voor zuurstof, voor de vezels die we nodig hebben voor het adequaat functioneren van onze darmen, voor de vitamines die ons lichaam in stand houden en voor voedingsstoffen waarmee we ons lichaam opbouwen. Dat we planten toch als partners kunnen zien, heeft te maken met het feit dat we zonder hen niet kunnen overleven. Samenwerking uit eigenbelang dus. Maar nog geen echte interne relatie met elkaar. De mens kan nog volledig zichzelf zijn buiten de natuur ( denkt hij).

Hans Pijnaker

(wordt vervolgd)