Reactie B-team Oisterwijk op Koersdocument Oostflank

https://www.oisterwijk.nl/oisterwijk-moergestel-heukelom-en-haaren/oostflank

Aan de gemeente Oisterwijk en Tilburg, t.a.v. de projectleiders van het Koersdocument Oostflank van de gemeente Oisterwijk en Tilburg;

Onderwerp: reactie Biodiversiteits-team Oisterwijk op Koersdocument Oostflank versie november 2022.

In november/december 2022 heeft u bewonersbijeenkomsten en een ‘inloopmarkt’ georganiseerd over de totstandkoming van het Koersdocument Oostflank. Aangegeven is dat u open staat voor ideeën en opmerkingen voor verdere invulling van het Koersdocument.

Als B(iodiversiteits)-team Oisterwijk maken wij graag gebruik van deze mogelijkheid. Als B-team Oisterwijk werken wij aan het behouden én verbeteren van de verscheidenheid in planten en dieren en hun leefgebied in onze gemeente. Wij doen dit omdat er sprake is van een biodiversiteitscrisis. De Biodiversiteitsconferentie van de Verenigde Naties, die kortgeleden in Montreal plaatsvond, bevestigt dat er stevige ombuigingen nodig zijn om de biodiversiteit op aarde te behouden en ten minste minder snel te laten aftakelen (wat betreft dit laatste bungelt Nederland onderaan lijsten van landen waar de biodiversiteit in toenemende mate snel achteruit gaat). Ook het koersdocument zal moeten bijdragen aan ‘Montreal’.

Wij baseren onze reactie op hetgeen tot nu toe naar buiten is gekomen over de visieontwikkeling, namelijk de digitale presentatie Koers Oostflank, die de gemeente Oisterwijk gebruikte op de informatieavond op 28 november 2022 in Oisterwijk. Wij hebben begrepen dat er nog niets vaststaat en zien dat veel keuzes nog gemaakt moeten worden (alleen voor een nieuw station zien wij een ‘alternatief’).

Afgaande op de digitale presentatie denken wij dat het Koersdocument interessante koerslijnen kan gaan bevatten. In aanvulling en reactie daarop noemen wij de volgen de punten:

  1. Het koersdocument lijkt te veel vanuit de Huisvestingscrisis te worden opgezet. Het maakt niet op een gelijkwaardige wijze duidelijk welke oplossingen er komen voor de Klimaatcrisis en de Biodiversiteitscrisis. Het is daarmee geen evenwichtige, te mensgerichte (antropocentrisch), ruimtelijke visie. Daarom mag deze concept-visie geen ‘basis’ zijn voor een toekomstige omgevingsvisie, hoogstens een ‘input’.
  2. Een groene ambitie (natuur, bos, biodiversiteit, landschap) wordt ten onrechte als ordenend principe voor woningbouw gezien. De groene ambitie moet in een stevige doelstelling worden vertaald – als een plus op al vaststaande groene doelstellingen die zijn vastgelegd in groen beleid en groene programma’s (zoals Natuurnetwek Brabant). Zo’n stevige groene doelstelling vormt vervolgens vanuit de lagenbenadering een van de harde randvoorwaarden voor woningbouw. Wij zijn benieuwd naar die plus. Een plus die zeker vanuit de voorziene ingrepen (woningbouw, bedrijventerreinen, mobiliteitsinfrastructuur) mag worden verwacht.
  3. Het ‘streven naar een ecologische basiskwaliteit in het Brabantse cultuurlandschap’ is onvoldoende om de Biodiversiteitscrisis te stoppen. Het doel moet zijn het steeds snellere verlies en achteruitgang van biodiversiteit om te buigen. Het planten van houtwallen e.d. en ecologische basiskwaliteit helpen daarbij, maar er is meer nodig. Ten eerste moet duidelijk gedefinieerd worden wat ‘het streven naar een ecologische basiskwaliteit’ inhoudt. Ten tweede gaat de achteruitgang van biodiversiteit zo snel dat er ook sprake moet zijn van herstel van biodiversiteit, bovenop een basiskwaliteit. Daarvoor is een groene ambitie, die bestaat uit het versterken mozaïeklandschap met 20 km1 nieuwe houtwallen en singels en 20 km1 nieuwe lanen etc., onvoldoende, zeker omdat het landschap ook voor woningbouw gaat worden benut (‘groene dorpsranden’, ‘nieuwe woonlandschappen’). Dit geldt ook omdat langs en door de (verbindingen naar) voorziene groene kern Leemkuilen nogal wat grote infrastructurele assen   Ten derde heeft aanplant van houtwallen en struwelen alleen zin als er wordt ingezet op noodzakelijke verbindingen en wanneer gekozen wordt voor robuuste, biodiverse en klimaatbestendige aanplant. Ten vierde ontbreekt vooralsnog een noodzakelijke visie (wat/hoe) op de noodzakelijke transitie van de landbouw – niet in de laatste plaats gericht op de veel voorkomende boomteelt.
  4. Omdat het gaat om een integrale visie waarbij het de bedoeling is ‘de grote opgaven op een slimme manier met elkaar te verbinden’, is het van belang om koppelingen tussen de oplossingen te leggen, om te zorgen dat het geheel in evenwicht blijft; niet in de laatste plaats bij de uitwerking en uitvoering van het koersdocument. Koppel dus woningbouw aan groene doelstellingen. Bijvoorbeeld: alleen bij herstel van biodiversiteit (en klimaatadaptie) op de ene plek, kan er gelijktijdig woningbouw op de andere plek plaatsvinden.
  5. Het koersdocument moet niet alleen gaan over het ‘wat’, maar tegelijkertijd ook over het ‘hoe’, dat wil zeggen: hoe gaat de visie uitgevoerd worden. Dit moet integraal gebeuren. Daarvoor zijn koppelingen tussen doelstellingen nodig (zie eerder) maar ook integrale bestuurlijke verantwoordelijkheid voor realisatie. Regel ook governance, financiën, grondverwerving, organisatie, etc. Anders is het gevaar groot dat de gemeente (samen met marktpartijen) de woningbouw oppakt en verwijst naar verantwoordelijkheid van andere partijen (rijk, provincie, waterschap, landbouwsector) voor het realiseren van andere/groene doelen.
  6. Voorkom antropocentrisme in het koersdocument: stel grenzen aan gebruik door de mens van de ruimte, te vertalen in onder meer maximaal000 woningen, en niet ca. 5000 woningen. Aangezien de woningbehoefte na 2040 (in landelijke gebieden) afneemt is het zinvol om ook de inzet van tijdelijke/flexwoningen in de visie mee te nemen.
  7. Voorkom dat er woningen voor bovenlokale behoefte (lees: SRBT) in het buitengebied van Oisterwijk gaan worden gebouwd. Woningbouw in het buitengebied draagt niet bij aan het herstel van biodiversiteit. Het koersdocument gaat uit van het zoeken van 2350 à 2650 bovenlokale woninglocaties ‘in heel het plangebied’. Dit is teveel voor Oisterwijk omdat Oisterwijk volgens de globale ambitie van het koersdocument tot 2040 maar 2000 woningen (lokaal + bovenlokaal) moet bouwen en inmiddels is vastgesteld dat de lokale behoefte ca 1500 woningen bedraagt (dan zouden er dus nog 500 bovenlokale woninglocaties in Oisterwijk gezocht moeten worden). Het buitengebied van Oisterwijk is daarvoor te kwetsbaar en nodig voor extensivering van de landbouw. Plan het bouwen van woningen voor bovenlokale behoefte in de bebouwde kom van Oisterwijk, bijvoorbeeld in het voorziene nieuwe stationsmilieu (bouwen rond het station) en dus niet in het buitengebied. En ga standaard uit van natuurinclusief bouwen, ook in stad en dorp (groene verstedelijking).
  8. Hoewel de Visie Buitengebied Oisterwijk zich strikt beperkt tot gemeentelijke verantwoordelijkheid en armslag en de voorziene ingrepen in het buitengebied een grotere verantwoordelijkheid vragen, gaan we ervanuit dat de pas vastgestelde Visie Buitengebied in ieder geval onderdeel uitmaakt of basis vormt voor het Koersdocument; en dit ook geldt voor de in de visie Buitengebied opgenomen beleidsregels voor ruimte-voor-ruimtewoningen. Voorkomen moet worden dat het Koersdocument met haar streven naar ‘groene dorpsranden’ en nieuwe woonmilieus gaat zorgen voor ruimte-voor-ruimtewoningen in cultuurhistorisch en/of ecologisch en/of landschappelijk waardevolle dorpsranden, en daarmee schade veroorzaakt door achteruitgang van omgevingskwaliteit. Áls er ruimte-voor-ruimtewoningen op passende plaatsen in het buitengebied worden gepland, zorg dan altijd voor een aanzienlijke toename van de omgevingskwaliteit en zo mogelijk voor verwevenheid met andere maatschappelijke opgaven.

 

Onderbouwing reactie B-team Oisterwijk op Koersdocument Oostflank

Ad a. Visie gaat niet evenwichtig in op de grote opgaven voor het gebied.
De woningbouwopgave staat te veel centraal in deze visie. Dit valt af te leiden uit:

  • De ontwikkeling van de Oostflank is een samenwerkingsverband tussen de gemeenten Tilburg en Oisterwijk in het kader van het Verstedelijkingsakkoord Stedelijke Regio Breda-Tilburg (SRBT).
  • Er is een stedenbouwkundig Bureau Urhahn ingehuurd.
  • Tijdens de informatieavond op 28 november zijn inwoners alleen om ideeën gevraagd over Wonen, Mobiliteit en bedrijventerreinen.
  • De ordeningsprincipes die gericht zouden moeten zijn op integrale aanpak van de opgaven in het gebied zijn hoofdzakelijk gerelateerd aan Wonen.
  • Tijdens de presentatie wordt nadrukkelijk ingezoomd op de woningbehoefte. Er zijn getallen per dorp genoemd.

Verder is niet duidelijk wat de concept-visie bijdraagt aan het oplossen van de andere grote opgaven:  Klimaatcrisis en Biodiversiteitscrisis.
Men zegt bij het opstellen van de visie te vertrekken bij de vele problemen die er zijn. Men noemt er meerdere, maar er ontbreekt volgens ons een rangorde. De echt grote opgaven zijn:  1) Klimaatcrisis,  2) Biodiversiteitscrisis en 3) Huisvestingscrisis. In het Koersdocument genoemde oplossingen voor de eerste zijn: energietransitie, klimaatadaptatie en bossenstrategie; voor de tweede zijn:  stikstofopgave, landbouwtransitie en nieuwe natuur en landschap en voor de derde zijn:  woningbouw, in combinatie met mobiliteit en bedrijventerreinen.

De presentatie van de concept-visie is vrij concreet over de oplossing van de Huisvestingscrisis (getallen, grafieken, plaatjes van woonmilieus, kaarten). Voor de Klimaatcrisis en Biodiversiteitscrisis is de oplossing uitgewerkt met bestaand beleid (beken ruimte geven), algemene constateringen (De Oostflank is een doorlopend mozaïeklandschap waar de zes dorpen in liggen verankerd) en vage terminologie (weelderige en gevarieerde natuurgebieden zijn stevig met elkaar verbonden).

Het Koersdocument is daarmee (nog) geen evenwichtige ruimtelijke visie. Daarmee mag deze concept-visie geen ‘basis’ zijn voor een omgevingsvisie, hoogstens een ‘input’.

Ad b. Groene ambitie moet (harde) doelstelling zijn, geen ordenend principe.
Als een van de vijf ‘ordenende principes’ noemt men: “we zetten in op natuur- en landschapsontwikkeling met een ambitie om minimaal 500 hectare nieuwe natuur, 200 hectare bos, 20 km1 houtwallen en singels, en 20 km1 lanen te ontwikkelen”.

  1. Dit is geen ordenend principe.
  2. ‘we zetten in en ambitie’ is vaag. Dit zouden harde doelstellingen moeten zijn.
  3. Het gaat hier om een ambitie die ontleend wordt aan bestaand beleid, waar al verschillende uitvoeringsprogramma’s voor lopen.
  4. Niet duidelijk is of, en zo ja wat, de concept-visie aan extra groene ambitie (de plus) biedt.

Het ordenend principe zou moeten luiden: ’De harde doelstellingen op het vlak van biodiversiteit, waaronder die voor natuur, landschap en bos, stellen (zoals bedoeld in de lagenbenadering) randvoorwaarden aan het grondgebruik’. In dit verband wordt een visie gemist op transitie van de landbouw, in het bijzonder de boomteelt.

Ad c. Ecologische Basiskwaliteit in het Brabants cultuurlandschap onvoldoend uitgewerkt
Als er ergens een oplossing voor het Biodiversiteitsvraagstuk moet worden gevonden, dan is dat wel in het agrarisch cultuurlandschap; want daar gaat de achteruitgang van biodiversiteit onverminderd door. In bestaande natuurgebieden en bos is de achteruitgang ten hoogste gestopt en kan herstel pas plaatsvinden wanneer de stikstofdepositie is teruggebracht.

Wat zien we in de concept-visie: (ambitie tot) uitbreiding van natuurgebieden, bos en bomen. In het ‘Brabants cultuurlandschap’ moet gewerkt worden aan een ‘ecologische basiskwaliteit’. Dit is een mooi streven, maar snijdt pas hout wanneer gedefinieerd wordt wat dit betekent. Hoort het terugbrengen van stikstofuitstoot ook tot de ecologische basiskwaliteit?

Biodiversiteit staat voor de verscheidenheid van levensvormen. Het betreft zowel het aantal soorten als de erfelijke variatie binnen soorten en de variatie aan levensgemeenschappen (ecosystemen). Deze variatie loopt ernstig terug. De achteruitgang van een bepaalde soort is direct van invloed op het gehele systeem. Het verzwakt de veerkracht van het ecosysteem, dat naast de planten en dieren ook bestaat uit bijvoorbeeld klimaat, morfologie en hydrologie.

Een goede ecologische basiskwaliteit gaat ervan uit dat als de condities voor algemene, (nog) niet bedreigde soorten verbeteren, daarmee ook een positief resultaat behaald wordt voor bedreigde soorten. Basiskwaliteit natuur is de set van condities die nodig is om algemene soorten algemeen te laten zijn, blijven of worden. Daarnaast is het van belang de achteruitgang in biodiversiteit te stoppen en het tij te keren.

Gelet op de snelle achteruitgang van biodiversiteit is het streven naar een basiskwaliteit niet meer voldoende. Er moet op veel plekken/zones bovenop de basiskwaliteit worden gestreefd naar ‘herstel van biodiversiteit’. Op de biodiversiteitstop in Montreal is afgesproken dat 30% van al het land en water ter wereld beschermd natuurgebied moet worden. Alle landen moeten daaraan hun bijdrage leveren, ook Nederland, ook het Koersdocument.

Ad d. Koppelingen gewenst
Voor woningbouw geeft de concept-visie koppelingen aan, zoals: ‘kies eerst voor inbreiding, dan voor uitbreiding’. En: ‘ nieuwe woningbouw-ontwikkelingen gaan een verbinding aan met het landschap’. Het gaat om een ‘integrale visie’. Dan mag je ook koppelingen verwachten tussen oplossingen voor de grote opgaven. Bijvoorbeeld: pas woningbouw in het buitengebied als de biodiversiteit in het buitengebied is hersteld.

 Ad e. Integrale uitvoering is essentieel
De concept-visie gaat vooral over het ‘wat’. ‘Hoe’ de visie tot stand moet komen ontbreekt nog. De intergemeentelijke visie biedt integrale oplossingen voor veel problemen. Gemeenten gaan over veel, maar niet over alles. Het gevaar dreigt dat er (uiteindelijk) een mooie visie ligt, maar dat gemeenten en/of marktpartijen de verantwoordelijkheid kunnen nemen voor slechts een deel van de uitvoering (namelijk woningbouw, bedrijventerrein, wegaanleg). En dat ‘groene doelen’ onvoldoende van de grond komen omdat verantwoordelijkheid niet op gemeentelijk niveau ligt, maar bij rijk of provincie. Dit gevaar van onevenwichtige uitvoering moet getackeld worden. In de visie moeten financiën, grondverwerving, organisatie en verantwoordelijkheid zodanig geregeld worden dat de uitvoering evenwichtig kan plaatsvinden. Ook de eerdergenoemde koppelingen tussen woningbouw en groene doelen moeten een waarborg zijn voor een evenwichtige realisatie van de visie.

Ad f. Wees terughoudend in het benutten van het buitengebied.
Door de nadruk op de huisvestingscrisis dreigt het koersdocument te antropocentrisch te zijn. De Biodiversiteitstop van de Verenigde Naties (Montreal) benadrukt dat de mens meer ‘met’ ‘ in’ en ‘voor’ de natuur moet leven in plaats van ‘van’ de natuur. Vertaal dit in terughoudendheid in het benutten van landelijk gebied voor woningbouw en voor uitbreiding van bedrijventerreinen en infrastructuur voor mobiliteit.

Ad g. Voorkom meer woningen in het buitengebied van Oisterwijk voor bovenlokale behoefte.
De conceptvisie heeft als globale ambitie om (uiterlijk in 2040) 5000 woningen te realiseren, waarvan 3000 op Tilburgs grondgebied en 2000 op Oisterwijks grondgebied. De lokale woningbehoefte in Oisterwijk blijkt 1350 à 1500 woningen te bedragen (de pas vastgesteld Woonzorgvisie van Oisterwijk gaat voor komende 10 jaar uit van 1500 woningen). De concept-visie geeft aan dat er in de kernen Oisterwijk en Udenhout ‘meer ruimte moet zijn voor verstedelijking voor bovenlokale behoefte’. En dat dus gezocht gaat worden naar capaciteit voor woningbouw bovenop de lokale behoefte.  De getallen zijn niet verder uitgewerkt, maar de concept-visie gaat ervanuit dat er in heel het projectgebied gezocht moet worden naar kansen om nog 2350 à 2650 woningen extra te bouwen bovenop de lokale behoefte. Dit kan betekenen dat de Oisterwijk flink gaat bijdragen aan het oplossen van bovenlokale behoefte (bijvoorbeeld vanuit Stedelijke Regio Breda-Tilburg (SRBT); niet 500 woningen voor bovenlokale behoefte (1500+500 = 2000), maar in de richting van 2350 à 2650 woningen extra.

Extra woningbouw kan voor zover dit binnen de bebouwde kom plaatsvindt (de concept-visie zet in op bouwen rond de stations van Oisterwijk en Udenhout), maar het leidt tot spanning met herstel van biodiversiteit wanneer dat tot meer woningbouw in het buitengebied van Oisterwijk leidt. Dit buitengebied is over het algemeen ecologisch kwetsbaar en is nodig om de extensivering van de landbouw een kans te geven, zodat daar  het verlies en achteruitgang van biodiversiteit kan worden gestopt en hersteld.

Ad h. Visie Buitengebied?
De visie buitengebied is kortgeleden vastgesteld. Het lijkt logisch dat deze visie vertrekpunt/onderdeel is van de visie Koersdocument. Maak in ieder geval expliciet duidelijk waar de Visie Buitengebied niet wordt overgenomen (om misverstanden bij uitwerking te voorkomen). De conceptvisie geeft aan dat woningbouw wordt ingezet voor (o.a.) groene dorpsranden en nieuwe woonlandschappen. Wij gaan ervanuit dat de Visie Buitengebied, waarin een beleid voor ruimte-voor ruimtewoningen is opgenomen, hier leidend is en dat ruimte-voor-ruimtewoningen niet in cultuurhistorisch en/of ecologisch en/of landschappelijk waardevolle dorpsranden komen, want anders veroorzaakt woningbouw schade door achteruitgang van omgevingskwaliteit.

B-team Oisterwijk, december 2022